Naar inhoud springen

permis

Uit WikiWoordenboek
  • per·mis
  • uit het Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord permis permis
verkleinwoord - -

hetpermiso

  1. vergunning
51 %van de Nederlanders;
58 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  permis     le permis     permis     les permis  

permis m

  1. vergunning; permis
vervoeging van
permettre

permis

  1. eerste en tweede persoon enkelvoud verleden tijd (passé simple) van permettre
  2. voltooid deelwoord (participe passé) van permettre