penumbra

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·num·bra
enkelvoud meervoud
penumbra penumbras

Zelfstandig naamwoord

penumbra v

  1. schemer, schemerdonker, halfdonker
Synoniemen
    • En el dormitorio, sentado al borde de la cama vacía, encendió un último cigarrillo inmóvil en la penumbra, acechando el eco de la respiración ausente, entre la sábanas.  [1]

Verwijzingen

  1. Arturo Pérez-Reverte, El club Dumas, 1993 (2008 uitg., ISBN 9788466320702)