peilden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • peil·den

Werkwoord

vervoeging van
peilen

peilden

  1. meervoud verleden tijd van peilen
    • Wij peilden. 
    • Jullie peilden. 
    • Zij peilden.