payer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Frans

Uitspraak
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
payer
payais
payé
eerste groep volledig

Werkwoord

payer

  1. betalen

se payer

  1. wederkerend (spreektaal) zich trakteren op
    «On va se payer du bon temps. / On va s’en payer une tranche.»
    We gaan het er eens goed van nemen. [1]
  2. wederkerend (spreektaal) het doen met, vrijen met [1]
  3. wederkerend (spreektaal) lens slaan, op z'n mieter geven [1]
  4. wederkerend (spreektaal) aanrijden, inrijden op
    «Ce coureur de F1 s’est payé un tronc d'arbre.»
    Die Formule 1-coureur is tegen een boomstam aangereden. [1]

Verwijzingen