parpaillot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

parpaillot m

  1. (spreektaal) protestant, ongelovige, ketter
    «Henri VIII est devenu parpaillot pour balancer sa bobonne dont il avait ras le bol.»
    Hendrik VIII is protestant geworden om zijn liefje eruit te gooien van wie hij vreselijk baalde. [1]

Verwijzingen