parlotear

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·lo·te·ar
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
parlotear
parloteaba
parloteado
volledig

Werkwoord

parlotear

  1. (onovergankelijk) kletsen, keuvelen, babbelen
Verwante begrippen
Synoniemen
  • [1] z
Verwijzingen