palankijn
Uiterlijk
- pa·lan·kijn
- van Portugees palanquim, in de betekenis van ‘draagstoel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1596 [1] [2] [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | palankijn | palankijns |
| verkleinwoord | palankijntje | palankijntjes |
de palankijn m
- draagstoel met hemel en gordijnen
- Het woord palankijn staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "palankijn" herkend door:
| 17 % | van de Nederlanders; |
| 17 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ palankijn op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "palankijn" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 17 %
- Prevalentie Vlaanderen 17 %