pabo
Uiterlijk
- pa·bo
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pabo | pabo's |
| verkleinwoord | - | - |
de pabo v
- (onderwijs) hbo-opleiding voor leraren in het basisonderwijs
- Het woord pabo staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "pabo" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 28 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Onderwijs in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 28 %