paarlen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • paar·len
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

paarlen

  1. met paarlen vervaardigd

Zelfstandig naamwoord

paarlen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord paarl

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be