paarlen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • paar·len
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

paarlen

  1. met paarlen vervaardigd

Zelfstandig naamwoord

paarlen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord paarl

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
29 % van de Vlamingen.