overlegde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·leg·de

Werkwoord

vervoeging van
overleggen

overlegde

  1. (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van overleggen
    • ... dat ik overlegde. 
    • ... dat jij overlegde. 
    • ... dat hij, zij, het overlegde. 
  2. verbogen vorm van overlegd, voltooid deelwoord van overleggen

Werkwoord

vervoeging van
overleggen

overlegde

  1. enkelvoud verleden tijd van overleggen
    • Ik overlegde. 
    • Jij overlegde. 
    • Hij, zij, het overlegde. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid