overbluft

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·bluft
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van overbluffen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
overbluffen

overbluft

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overbluffen
    • Jij overbluft. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overbluffen
    • Hij overbluft. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van overbluffen
    • Overbluft! 
vervoeging van: overbluffen…
verbogen vorm: overblufte

overbluft

  1. voltooid deelwoord van overbluffen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be