Naar inhoud springen

oubollig

Uit WikiWoordenboek
  • ou·bol·lig
  • In de betekenis van ‘koddig, flauw’ voor het eerst aangetroffen in 1573 [1]
  • met het achtervoegsel -ig [2]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen oubolligoubolligeroubolligst
verbogen oubolligeoubolligereoubolligste
partitief oubolligsoubolligers-

oubollig

  1. grappig, koddig, flauw
  2. ouderwets
     In een begeleidend citaat vertelt Muskee dat ze dixieland speelden op VVD-feestjes voor mensen met een clubsjaal en glazen sherry in de hand - niet leuk, een beetje oubollig. Hij stapte spoedig over naar The Rocking Strings, dat Shadows-achtige rock & roll speelde, compleet met pakjes en pasjes. Ze hadden een heel talentvolle gitarist, Muskees vriend Eelco Gelling.[3]
     De lintjesregen is een ­oubollige traditie die beter kan worden ­afgeschaft.[4]
84 %van de Nederlanders;
88 %van de Vlamingen.[5]
  1. "oubollig" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. oubollig op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 2020-17-7 “De lintjesregen is een ­oubollige traditie die beter kan worden ­afgeschaft” (16 april 2019), De Gelderlander
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be