origines

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ori·gi·nes
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

origines mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord origine


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
originar

origines

  1. aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van originar
  2. gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van originar