oprolbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·rol·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen oprolbaar oprolbaarder oprolbaarst
verbogen oprolbare oprolbaardere oprolbaarste
partitief oprolbaars oprolbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

oprolbaar

  1. iets vlaks wat tot een cilindervorm kan worden veranderd of een draad die tot een cirkel kan worden veranderd
    • Onderzoekers van Philips Research in Eindhoven hebben een oprolbaar beeldscherm gemaakt waarvan alle onderdelen zijn opgebouwd uit organisch materiaal. Het beeldscherm heeft 64 rijen van elk 64 beeldpunten, die afzonderlijk met behulp van plastic transistoren kunnen worden geschakeld tussen wit en zwart. [1] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Rob van den Berg NRC 31 januari 2004
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be