oosters

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oos·ters
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van oosten met het achtervoegsel -s
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen oosters oosterser oosterst
verbogen oosterse oostersere oosterste
partitief oosters oostersers -

Bijvoeglijk naamwoord

oosters

  1. ten oosten van de Balkan
    • De oosterse kerken werden door vele mensen gefotografeerd. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be