onverstoorbaarders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ver·stoor·baar·ders

Bijvoeglijk naamwoord

onverstoorbaarders

  1. partitief van de vergrotende trap van onverstoorbaar
    • Dat is iets onverstoorbaarders...