ontvang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·vang

Werkwoord

vervoeging van
ontvangen

ontvang

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontvangen
    • Ik ontvang. 
  2. gebiedende wijs van ontvangen
    • Ontvang! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontvangen
    • Ontvang je? 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be