ontkalkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·kalkt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van ontkalken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
ontkalken

ontkalkt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontkalken
    • Jij ontkalkt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontkalken
    • Hij ontkalkt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van ontkalken
    • Ontkalkt! 
  4. voltooid deelwoord van ontkalken