onbetwistbaar
Uiterlijk
- on·be·twist·baar
- afleiding van betwistbaar met het voorvoegsel on-
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onbetwistbaar | onbetwistbaarder | onbetwistbaarst |
| verbogen | onbetwistbare | onbetwistbaardere | onbetwistbaarste |
| partitief | onbetwistbaars | onbetwistbaarders | - |
onbetwistbaar
- waar niet meer over te discussiëren valt
- Johan Cruijff is onbetwistbaar de grootste voetballer van Nederland van de 20ste eeuw.
- Het woord onbetwistbaar staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onbetwistbaar" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be