discussiëren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis·cus·sië·ren, dis·cus·si·eren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
discussiëren
discussieerde
gediscussieerd
zwak -d volledig

Werkwoord

discussiëren

  1. (inergatief) van gedachten wisselen, een discussie voeren waarbij de verschillende gesprekspartners verschillende en soms ook tegengestelde meningen hebben
    Er werd eindeloos gediscussieerd over de kleur van de vloerbekking.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl