oerbewoner

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oer·be·wo·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oerbewoner oerbewoners
verkleinwoord oerbewonertje oerbewonertjes

Zelfstandig naamwoord

oerbewoner m

  1. iemand die tot de allereerste bevolking van een gebied behoort
    • Het is niet duidelijk wie de oerbewoners van Ierland precies waren. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.