noodwendigers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·wen·di·gers

Bijvoeglijk naamwoord

noodwendigers

  1. partitief van de vergrotende trap van noodwendig
    • Dat is iets noodwendigers...