neigt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neigt

Werkwoord

vervoeging van
neigen

neigt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neigen
    • Jij neigt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neigen
    • Hij neigt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van neigen
    • Neigt!