nationale

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·ti·o·na·le

Bijvoeglijk naamwoord

nationale

  1. verbogen vorm van de stellende trap van nationaal


Frans

Bijvoeglijk naamwoord

nationale

  1. vrouwelijk enkelvoud van national