mormel
Uiterlijk
- mor·mel
- Verkorte vorm van mormeldier "akelig wezen, vreselijk mens" (1770), uit ouder murmeldier "marmot", ontleend aan Duits Murmeltier "marmot" [1]. De lange vorm mormeldier werd vervolgens gebruikt als een informele benaming voor een kleine hond en later ook voor een klein en lastig kind
- [1] in de verkorte vorm als scheldwoord voor een hond, sinds 1839.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mormel | mormels |
| verkleinwoord | mormeltje | mormeltjes |
het mormel o
- (dysfemisme) (pejoratief) lelijke hond, bastaardhond.
- (scheldwoord) iemand van gemengde afkomst
- (dysfemisme) klein en lastig kind
- elk lelijk ding
- De Birò is nog minder gewenst dan de fatbike en bierfiets bij elkaar opgeteld. De enige goede eigenschap is dat het afzichtelijke mormel op wieltjes alle andere verkeersdeelnemers, van voetganger tot truckchauffeur, weet te verenigen in een gezamenlijke afkeer: eindelijk iets waar ze het hartgrondig wél over eens kunnen zijn.[2]
- Het woord mormel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "mormel" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ mormel op website: Etymologiebank.nl
- ↑ www.parool.nl (4 okt 2025)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Dysfemisme in het Nederlands
- Pejoratief in het Nederlands
- Scheldwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %