monoculairders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·no·cu·lair·ders

Bijvoeglijk naamwoord

monoculairders

  1. partitief van de vergrotende trap van monoculair
    • Dat is iets monoculairders...