mochten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moch·ten

Werkwoord

vervoeging van
mogen

mochten

  1. meervoud verleden tijd van mogen
    • Wij mochten. 
    • Jullie mochten. 
    • Zij mochten. 
vervoeging van
mogen

mochten

  1. aanvoegende wijs van mogen in de verleden tijd
    • Artikel 103 is van toepassing op ministers in functie, voor de misdrijven die zij mochten hebben gepleegd zowel in als buiten de uitoefening van hun ambt. [1]