mismeesteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·mees·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mismeesteren
mismeesterde
mismeesterd
zwak -d volledig

Werkwoord

mismeesteren

  1. (België) helemaal verknoeien
    • De chirurg heeft de operatie helemaal mismeesterd. 

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.