misdeeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·deeld
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van misdelen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen misdeeld misdeelder misdeeldst
verbogen misdeelde misdeeldere misdeeldste
partitief misdeelds misdeelders -

Bijvoeglijk naamwoord

misdeeld

  1. niet het toepasselijke deel ontvangen hebbend
    • Hij was altijd een beetje een misdeeld kind geweest. 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.