midweeks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·weeks
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen midweeks
verbogen midweekse
partitief midweeks

Bijvoeglijk naamwoord

midweeks

  1. betrekking hebbend op iets dat midden in de week plaatsvindt
    • Op de 1-0 volgden snel de 2-0 en 3-0 en toen Nick Viergever na 48 minuten uit een fraai ingestudeerde vrije trap voor 5-1 zorge, leek ook een score van pak 'm beet 10-2 haalbaar. Want dat kan PSV-trainer Mark van Bommel als de extra winst zien van de avond: zijn spelers bleven op jacht naar meer, ook al was er midweeks nog een Europese wedstrijd geweest en had bijvoorbeeld Hirving Lozano niet zijn beste dag. [1] 
    • Midweeks in de Champions League tegen Barcelona, vanmiddag thuis tegen Ajax. Hij weet dat dit zo’n week is waarin het moet gebeuren. Deze twee duels, daarin kan hij een toekomstige transfer naar een grote club in een topcompetitie verdienen. [2] 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Tubantia 01-09-18 PSV rolt Willem II op en neemt revanche
  2. Tubantia Daniël Dwarswaard en Maarten Wijffels 23-09-18 Het sleutelduel: Tagliafico tegen Lozano