markant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mar·kant
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen markant markanter markantst
verbogen markante markantere markantste
partitief markants markanters -

Bijvoeglijk naamwoord

markant

  1. opvallend, frappant, opmerkelijk
    De Eiffeltoren is een van de markantste gebouwen van Parijs.
    De Erasmusbrug is een van de markantste gebouwen van Rotterdam.