maller

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mal·ler

Bijvoeglijk naamwoord

maller

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van mal

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.