machten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mach·ten

Zelfstandig naamwoord

machten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord macht
  2. vertalinɡ van Hebreeuws צבאות (tsevaot) ook: "leger, heerscharen" zoals dat op meerdere plaatsen in de Bijbel wordt gebruikt, gekoppeld aan de naam van God[1]
Verwante begrippen
Verwijzingen
  1. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands