luthers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lu·thers
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘volgens de leer van Luther’ voor het eerst aangetroffen in 1528 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen luthers lutherser lutherst
verbogen lutherse luthersere lutherste
partitief luthers luthersers -

Bijvoeglijk naamwoord

luthers

  1. (religie) volgens de leer van Maarten Luther, volgens de lutherse kerk.
    • 80 miljoen mensen zijn lid van lutherse kerken. Daarvan wonen er 25 miljoen in Duitsland. 


Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders
67 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen