Naar inhoud springen

lumber

Uit WikiWoordenboek
  • Herkomst onbekend
  1. onovergankelijk onvast lopen, waggelen
  2. overgankelijk rondzeulen
enkelvoud meervoud
lumber -

lumber

  1. (VK, Australië, Nieuw-Zeeland) ouwe meuk, nutteloze meubels in het huis
  2. (VK, Australië, Nieuw-Zeeland) (verouderd) kaphout, onverwerkt hout van gevelde bomen e.d.
  3. (VS, Canada) timmerhout, verwerkt hout geschikt voor constructie en timmerwerk
  4. (spreektaal) (VS, Canada) honkbal knuppel
  5. (spreektaal) lul, piemel