loops

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loops
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen loops loopser loopst
verbogen loopse loopsere loopste
partitief loops loopsers -

Bijvoeglijk naamwoord

loops

  1. een vruchtbare vrouwelijke hond die gedekt wil worden door een mannelijke hond
    • De loopse hond trok veel aandacht van de reuen 
    • Gelukkig was de loopse teef gesteriliseerd zodat ze niet drachtig kon worden. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie