loen
Uiterlijk
- loen
| vervoeging van |
|---|
| loenen |
loen
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van loenen
- Ik loen.
- gebiedende wijs van loenen
- Loen!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van loenen
- Loen je?
- Het woord loen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
loen
| vervoeging van |
|---|
| loar |
loen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Bretons
- Bijvoeglijk naamwoord in het Bretons
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 4
- Werkwoordsvorm in het Spaans