liaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • li·aan
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘slingerplant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1770 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord liaan lianen
verkleinwoord liaantje liaantjes

Zelfstandig naamwoord

liaan v/m

  1. een plant die in lange slingers in de bomen van een oerwoud hangt
    • Tarzan slingerde met lianen van boom tot boom. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen