lesplan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • les·plan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lesplan lesplannen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lesplan o

  1. een planning van een les of cursus
    • De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) zette vorige maand vraagtekens bij de veiligheidscultuur bij Defensie. Dat gebeurde na een onderzoek naar een dodelijk schietincident bij een oefening van het KCT in Ossendrecht. Naar aanleiding van deze kritiek wordt nu alle documentatie (zoals lesplannen en veiligheidsdocumenten) tegen de loep gehouden, aldus Defensie.[1] 
    • Docent denk aan je leerling, dan help je jezelf. Schrap de helft van je stof en eenderde van je lessen. Ontwikkel je eigen lesplan. Laat je bekwaamheid niet kapen door SLO-voorschriften, examens of angst. Stel kwaliteit boven kwantiteit, geef ruimte en krijg ruimte.[2] 
    • De curriculumvernieuwing gaat door, hebben de coalitiepartners besloten. De verleiding voor de ontwikkelteams is groot om veel nieuws te verzinnen en op te leggen aan onwillige leraren. Voor zo’n nieuw lesplan wordt ingevoerd, moeten alle leraren goed worden gepeild, niet alleen de professionele vernieuwers, zoals tot nu toe gebeurde. Curriculumvernieuwing biedt een kans voor een kerncurriculum, zodat de extra’s kunnen worden geschrapt. Taal, rekenen en wiskunde zijn de basis van alles. Laat dat nou net de vakken zijn waar het lerarentekort het grootste is.[3] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 13 jul. 2017
  2. Volkskrant Albert Mark van Leeuwen is docent filosofie. 12 februari 2016
  3. NRC Maarten Huygen 13 oktober 2017