laughs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

laughs mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord laugh
  2. gelach
  3. gein, lol
    «We had some good laughs that day.»
    We hadden flink gein die dag.

Werkwoord

laughs

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van (to) laugh