Naar inhoud springen

gelach

Uit WikiWoordenboek
  • ge·lach
  • Naamwoord van handeling van lachen met het voorvoegsel ge-
enkelvoud meervoud
naamwoord gelach -
verkleinwoord - -

hetgelacho

  1. het lachen; uiting van een vrolijke stemming
    • Hun gelach was al van ver hoorbaar. 
     Een geroezemoes van muziek, gelach en huilende kinderen.[1]
     Af en toe klonk er hard gelach op uit hun groepje.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  2. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be