gelach
Uiterlijk
- ge·lach
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gelach | - |
| verkleinwoord | - | - |
het gelach o
- het lachen; uiting van een vrolijke stemming
- Het woord gelach staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gelach" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Tatiana Rosnay“Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
- ↑ Manik Sarkar“Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel ge- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %