laste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • las·te

Werkwoord

vervoeging van
lassen

laste

  1. enkelvoud verleden tijd van lassen
    • Ik laste. 
    • Jij laste. 
    • Hij, zij, het laste. 

Zelfstandig naamwoord

laste

  1. datief van last, archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
Uitdrukkingen en gezegden

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be