lambada

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lam·ba·da
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Portugees [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord lambada lambada's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lambada m

  1. swingende Braziliaanse muzieksoort die opkwam in de jaren tachtig
    • Op muziekvlak ziet het er anders uit. Voor de zomerfestivals zijn kinderen nog te klein, maar een zomerhit uit de kinderjaren blijft lang hangen. En die was er dit jaar: Luis Fonsi en Daddy Yankee domineren met Despacito al maanden de Europese hitparade. Het nummer haalde als eerst ook meer dan 3 miljard views op youtube. Daarmee deed het zelfs beter dan 'Gangnam Style' sinds 2012. Daarmee lijkt het nummer zich te garanderen van een plaats in ons collectieve geheugen, ergens naast de Lambada en de Macarena. [2] 
    • Loalwa Braz gaat de geschiedenis in als de wereldwijde stem van de lambada, een swingende Braziliaanse muzieksoort die opkwam in de jaren tachtig. Als leadzangeres van de Frans-Braziliaanse band Kaoma bestormde ze met de hit “Chorando se foi” de mondiale hitlijsten. Van de single werden bijna dertig miljoen exemplaren verkocht, goed voor tachtig keer platina en goud in 116 landen. [3] 
  2. swingende Latijns-Amerikaanse dans
    • Oké, dit is wel dansen-voor-gevorderden. Maar het is mogelijk. Denk aan de lambada, dat sexy dansje uit de jaren 90. Gooi af en toe een voetje in de lucht en schud een beetje met je billen. ,,Als je ledematen asymmetrisch kan bewegen, heb je goede motorische skills, laat Neave weten. ,,Dat is in evolutionaire zin goed voor het nageslacht. [4] 
  3. aardbeienras

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen