lagers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·gers

Zelfstandig naamwoord

lagers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord lager

Bijvoeglijk naamwoord

lagers

  1. partitief van de vergrotende trap van laag