kwiteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwi·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kwiteren
kwiteerde
gekwiteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

kwiteren

  1. (ov.ww.) vrijstelling verlenen
  2. (ov.ww.) voor voldaan ondertekenen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders
19 % van de Vlamingen.