kwiteren
Uiterlijk
- kwi·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kwiteren |
kwiteerde |
gekwiteerd |
| zwak -d | volledig | |
kwiteren
- (ov.ww.) vrijstelling verlenen
- (ov.ww.) voor voldaan ondertekenen
- Het woord kwiteren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kwiteren" herkend door:
| 30 % | van de Nederlanders; |
| 21 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be