kwantitatief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwan·ti·ta·tief
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kwantitatief kwantitatiever kwantitatiefst
verbogen kwantitatieve kwantitatievere kwantitatiefste
partitief kwantitatiefs kwantitatievers -

Bijvoeglijk naamwoord

kwantitatief [1]

  1. met betrekking tot de hoeveelheid
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen