koos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koos

Werkwoord

vervoeging van
kiezen

koos

  1. enkelvoud verleden tijd van kiezen
    • Ik koos. 
    • Jij koos. 
    • Hij, zij, het koos. 
     Ik koos uiteindelijk voor de Duplex van Zpacks, een ruime tweepersoons enkelwandige, cuben fiber tent van nog geen 700 gram.[1]

Werkwoord

vervoeging van
kozen

koos

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kozen
    • Ik koos. 
  2. gebiedende wijs van kozen
    • Koos! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kozen
    • Koos je? 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be