koos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koos

Werkwoord

vervoeging van
kiezen

koos

  1. enkelvoud verleden tijd van kiezen
    • Ik koos. 
    • Jij koos. 
    • Hij, zij, het koos. 

Werkwoord

vervoeging van
kozen

koos

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kozen
    • Ik koos. 
  2. gebiedende wijs van kozen
    • Koos! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kozen
    • Koos je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.