kerkwet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kerk·wet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerkwet kerkwetten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kerkwet v/m [1]

  1. wettelijke regelingen binnen een kerkgenootschap; canonieke wet
    • Paus Benedictus XVI brengt misschien voor zijn aftreden nog veranderingen in de kerkwet aan. De wijzigingen betreffen de regels rond het conclaaf waarbij kardinalen van over de hele wereld bijeen komen om achter gesloten deuren een nieuwe paus te kiezen. Dat maakte het Vaticaan woensdag bekend. [2] 
    • Ter Laaks priesterwijding volgt in 1963. Zijn broers en zussen zijn trots en tegelijk verbaasd. Hoe kan zo'n broekie, 24 is hij, nou aanstaande echtparen adviseren op seksueel gebied? “Je moet ons ook maar eens voorlichten”, pesten ze hem. Dorry heeft het zich altijd al afgevraagd: “Als je een jongen van twaalf uit huis haalt en hem volstopt met kerkwetten en de juiste leer, hoe kun je dan verwachten dat hij verstand heeft van de essentiële levensvragen?” [3] 
    • Het Schotse systeem is sterk beïnvloed door Romeinse wetgeving, feodale wetten, kerkwetten en lokale gebruiken. Kenmerkend voor het Schotse systeem is het vonnis: `niet bewezen'. Dit wil zeggen dat er onvoldoende bewijs is om de verdachte schuldig te verklaren, maar dat er wel degelijk verdenking blijft bestaan. [4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.


Verwijzingen