journalisten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jour·na·lis·ten

Zelfstandig naamwoord

journalisten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord journalist


Zweeds

Uitspraak
Naar frequentie 15834

Zelfstandig naamwoord

journalisten

  1. nominatief bepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van journalist