jaarplan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jaar·plan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jaarplan jaarplannen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

jaarplan o

  1. een plan van een persoon, bedrijf of organisatie waarin staat wat men het komende jaar probeert te doen
    • Het bedrijf had een ambitieus maar in principe haalbaar jaarplan gemaakt. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.